Het is 1945. Het Derde Rijk is gevallen en dat betekent het einde van de tweede wereldoorlog. Adolf Hitler heeft net zelfmoord gepleegd en de resterende Nazi-kopstukken worden stuk voor stuk gearresteerd. Inclusief Hitlers opvolger en rechterhand, Hermann Göring. Wat volgt is een kat-en-muisspel tussen Göring en Douglas Kelley, maar wie is de kat en wie de muis? Kelley is de psychiater die gekozen is om de mentale toestand van de 22 Nazileiders te evalueren en te beoordelen of ze klaar zijn voor het proces dat zal volgen, een proces dat er weldegelijk toedeed, waarbij ze zullen terechtstaan voor hun gruweldaden voor het speciaal samengestelde Internationale Militaire Tribunaal: het proces van Neurenberg.
Weinig hedendaagse films over het verleden blijken zodanig relevant te zijn voor het heden als Nuremberg. De nieuwe film, geschreven, geregisseerd en medegeproduceerd door James Vanderbilt, die eerder al bekend stond voor succesvolle films zoals Zodiac (2007), The Amazing Spider-Man (2012) en enkele van de Scream-films, is gebaseerd op het boek The Nazi and the Psychiatrist van Jack El-Hai uit 2013 en vertelt dus wat er gebeurde vlak na de tweede wereldoorlog. Maar de achterliggende ideeën kunnen evengoed toegepast worden op hedendaagse conflicten. Göring heeft iets Trumpiaans en de resterend Nazikopstukken zijn allemaal voorbeelden van hoe machtsmisbruik kan leiden tot gruweldaden en dat dit duidelijk herkenbaar is en nog vaak voorkomt in onze tegenwoordige tijd. Daarnaast is de film psychologisch ongelooflijk interessant. Het script doet je nadenken over wat echt goed of slecht is en of er iemand echt ooit volledig schuldig of onschuldig is. De gesprekken tussen de psychiater en de gevangenen starten een debat rond de grenzen bij het beroepsgeheim van dokters en alhoewel de dialogen soms wat te sensationeel klinken, bevat de film een zeer degelijk script dat de acteurs doet schijnen.
De film wordt gedragen door een indrukwekkend ensemble aan acteurs, dat bestaat uit zowel vaste waarden die terugkeren als nieuwe gezichten die zichzelf aan het profileren zijn als de toekomst van dramafilms. Rami Maleks Douglas Kelly wordt nu en dan spijtig genoeg gereduceerd tot een ietwat dwaze cartoonversie van de psychiater – wat Kelley blijkbaar soms ook wel was, maar wat hier niet altijd past. De tot nu toe nog relatief onbekende Leo Woodall schittert daarentegen compleet in een niet te onderschatten rol als Sergeant Howie Triest. Richard E. Grant en Michael Shannon tonen nog maar eens dat ze onmisbaar zijn in drama’s zoals het deze, maar voornamelijk is het toch de comeback van Russel Crowe die – met rede – over de tongen gaat. De voormalige Oscar-winnaar voor Gladiator neemt sinds 2015 naar eigen zeggen enkel nog rollen aan die hem artistiek vervullen, en dat was blijkbaar dé keuze voor hem. In de rol van de pompeuze Reichsmarschall Göring kan Crowe eindelijk terug echt laten zien dat hij geen vergane glorie is. Hij is charmant, maar ook duidelijk manipulatief en toch gebeurt er bij de kijker iets wat je nooit zou denken: je voelt bijna sympathie voor iemand die verantwoordelijk was voor talloze oorlogsmisdaden. In zijn één-op-één gesprekken met de psychiater geloof je bijna oprecht zijn onschuld en toont Crowe wat hij in zijn mars heeft en altijd al had.
Wanneer Göring voor de laatste keer in de film moet getuigen voor het tribunaal, komt zijn meesterlijke manipulatie pas echt compleet tot stand. Russel Crowe slaagt doorheen de hele film de intelligentie én het narcisme van Göring te tonen en je te doen afvragen wie er echt de touwtjes in handen had tijdens het proces van Nuremberg.