Wanneer ik Kristen Stewart hoor dan denk ik in eerste instantie maar aan één ding… Twilight! Dus, toen ik las dat Stewart deze keer niet vóór maar achter de camera ging staan, begon mijn hartje sneller te kloppen en deze keer niet alleen voor Edward Cullen.
Dit regiedebuut is geen katje om zonder handschoenen aan te pakken: het is brutaal, ongerept en springt van de hak op de tak. The Chronology of Water is gebaseerd op de gelijknamige biografie van Lidia Yuknavitch, wiens leven onherroepelijk werd getekend door seksueel misbruik en verslaving. Yuknavitch, uitstekend vertolkt door Imogen Poots, gaat soms zó ver in haar uitspattingen dat compassie plaats maakt voor ergernis. Ze is een vat vol pijn en trauma dat dreigt over te lopen, tot ze haar uitlaatklep vindt in het schrijven. Ze zoekt steun bij haar hasj-rokende gepensioneerde professor, die onder zijn extravagante uiterlijk een gemeenschappelijk leed blijkt te delen. Wat volgt is een moeizame zoektocht naar haar seksualiteit, die haar in de kindertijd al was ontnomen. Haar liefdesleven valt te omschrijven met de fameuze zin uit Perks of Being a Wallflower: “We accept the love we think we deserve”.
Verschillende mannen én vrouwen passeerden de revue, van een drugsverslaafde freak tot een softy van een muzikant, maar het is uiteindelijk haar student Andy die haar opnieuw leert lief te hebben.
Het is een film die aanvoelt als een avantgardistische sneltrein door de fragmentarische montage en dromerige stemming. Beelden uit verleden en heden komen en gaan als eb en vloed, met een bepaald ritme maar toch onvoorspelbaar en abrupt. Het geheel wordt ondersteund door een symfonie van dichtslaande deuren, brekende potloden en enkele zwiepende broeksriemen. Het maakt je als kijker alert en behoedt je voor wat er komt. De film vraagt om geduld, openheid en een zekere mate van ongemak, want Stewart en Poots kennen geen gêne.
Of je nu een Twilight-fan bent of niet, deze film toont aan dat Stewart zich als regisseur een eigen stem heeft verworven: onstuimig, eigenzinnig en diep persoonlijk. Drie en een halve ster voor een gedurfd debuut dat nog lang blijft nazinderen.
Eva Speurt